| Zoek binnen oA | ||
| oA nieuwsbrief ontvangen? | ||
Dyslexie wordt opgevat als een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en / of vlot toepassen van het lezen en / of het spellen op woordniveau. Dyslexie kan iedereen treffen. Het betekent letterlijk niet kunnen lezen. En is een ernstige beperking bij het lezen en spellen van taal. Kinderen met dyslexie herkennen woorden niet op dezelfde snelheid als hun leeftijdsgenootjes. Voor een kind met dyslexie is het moeilijk om letters direct als klanken te herkennen. Daardoor is het moeilijk om van die letters één woord te maken en om van alle woorden een vloeiende, logische zin te maken.
Dyslexie is aangeboren en onafhankelijk van intelligentie. Het kan de schoolprestaties ernstig belemmeren waardoor kinderen met dyslexie op school vaak onder hun niveau presteren. Bij een vroegtijdige diagnose en, indien noodzakelijk behandeling van dyslexie, kunnen kinderen een aanvaardbaar niveau van technisch lezen, spellen en schrijven bereiken. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het percentage ernstig dyslectische kinderen iets boven de 3% ligt. Veel scholen hebben inmiddels dyslexiebeleid ontwikkeld en werken met een dyslexieprotocol. Toch kan het bij een leerling lastig zijn om te bepalen wat er precies aan de hand is en wat nu de beste aanpak is.
Uit onderzoek is gebleken dat lees- en spellingproblemen verminderen of zelfs voorkomen kunnen worden als kinderen in groep 1 en 2 van de basisschool een programma hebben gevolgd dat gericht is op de ontwikkeling van beginnende geletterdheid. De meeste kinderen beschikken aan het einde van groep 2 over een goed fonemisch bewustzijn; zij herkennen klanken in een woord.
Daarnaast kennen zij gemiddeld zo’n 15 letters en kunnen soms al lezen. Kinderen die geen fonemisch bewustzijn hebben ontwikkeld en maar een paar letters kennen, starten in groep 3 met een achterstand. Voor kinderen bij wie dat in groep 2 het geval is heeft OnderwijsAdvies een preventietraining ontwikkeld. Dagelijks wordt 10-20 minuten met de kinderen gewerkt. Veelal gaat het om niet meer dan 2 á 3 kinderen per groep. De leerkracht voert het programma uit onder begeleiding van de adviseur leerlingenzorg of van de logopedist.
De adviseurs Leerlingenzorg van OnderwijsAdvies / ONL hebben veel ervaring op het gebied van onderzoek en behandeling van dyslexie en kunnen u ondersteunen bij al uw vragen hierover. OnderwijsAdvies / ONL baseert zich bij het vaststellen van dyslexie op gangbare wetenschappelijke opvattingen en definiëringen zoals die onder meer worden gehanteerd door de Stichting Dyslexie Nederland.
